Menu

De geschiedenis van Kasteel Wittem

De vroegere bouw van Kasteel Wittem werd voor het eerst in 1125 in een schenkingsakte genoemd. De weduwe Guda van Valkenburg, die na de dood van haar man, Thibald van Voeren in 1106, haar oude dag in de burcht in Wittem heeft doorgebracht, schenkt deze volgens deze akte aan de Sint-Jacobsabdij in Luik in het huidige België.

In 1220 koopt Winand van Julemont de burcht van de Sint-Jacobsabdij en liet een imposante stenen toren bouwen dat tegenwoordig het oudste nog behouden gebleven deel van Kasteel Wittem is. De familie Julemont was toentertijd een belangrijk riddergeslacht uit de buurt rondom Luik met vele familietakken. Daaronder waren ook de ridders van Scavendriesch, die later aan de zijde van de ridders van Brabant in de Limburgse successieoorlog vochten.

Het wapen van de familie Julemont, een rood getand doornenkruis op een goudgele plaat, is nog altijd in het beschilderde glas boven de deur van de entree van het kasteel te zien. De vorm van het wapen dient ook vandaag nog als logo voor het kasteel. In 1344 verkocht Gerard III zijn heerlijk goed en daarmee ook Kasteel Wittem aan Johan I Corsselaer (ook bekend als Jan van Wittem). Gedurende de tijd dat Kasteel Wittem zich in het bezit van de familie Corsselaer bevond, werd het tot een carré met vijf torens uitgebouwd.

Tussen 1444 en 1639 beleefde het kasteel, dat zich in die tijd in het bezit van de familie Van Pallandt bevond, een bloeiperiode. Door de ligging tussen Aken en Maastricht en de grootte toentertijd was Kasteel Wittem echter ook een strategisch belangrijk doel en werd vanaf halverwege de 16e eeuw vaak aangevallen en bezet. Onder andere in de Tachtigjarige Oorlog en in de Hollandse Oorlog. In 1569 werd het bij een aanval van de Spanjaarden bijna volledig verwoest.

Tot 1619 werd het weliswaar opnieuw opgebouwd en vanaf toen ook weer bewoond, maar de belegering eindigde pas laat in de 17e eeuw. Het kasteel kan echter ook verslag doen van hoogtepunten in zijn geschiedenis: In de nacht vóór zijn kroning tot keizer van het Heilige Romeinse Rijk op 25 oktober 1520 overnachtte Karel V, de latere koning van Spanje, op weg naar Aken in Kasteel Wittem.

Ook Willem I van Naussau-Dillenburg verbleef 3 weken op Kasteel Wittem. In de verdere loop van zijn geschiedenis behoorde Kasteel Wittem toe aan de families Waldeck, Plettenberg en Merckelbach. Vooral familie Merckelbach drukte een stempel op het huidige uiterlijk van het kasteel. Deze familie diende jarenlang de familie Waldeck en later de familie Plettenberg. In 1764 kocht Simon Merckelbach het kasteel en de omliggende landerijen en begon met de restauratie hiervan. Vooral zijn zoon Jan Mathys Merckelbach gaf vorm aan de neogotische stijl van het kasteel. Het was ook Jan Mathys die het park om het kasteel heen liet aanleggen.

Tot 1956 bevond Kasteel Wittem zich in het bezit van de nakomelingen van Jan Mathys Merckelbach. In 1968 verwierf Peter Ritzen uit Valkenburg het kasteel, liet het renoveren en verbouwde het tot een hotel-restaurant. In 2009 verkocht de familie Ritzen het kasteel. Ongeveer een jaar later is het heropend en kort daarna weer gesloten. Begin 2011 verwierven Ronald en Silvia de Meij het kasteel en zetten dit als hotel en restaurant voort. Alexander en Nicole Wilden zijn sinds begin 2018 de eigenaren van het kasteel.